Complot-ontkenning
Het is inmiddels een cliché om te vermelden dat complottheorieën bij meer mensen dan ooit bekend zijn. Zeker, de wildste verhalen over bijvoorbeeld buitenaardse wezens zijn al lang en breed ons collectieve culturele bewustzijn ingeslopen. Waar vroeger echter complottheorieën voornamelijk in zelf-gepubliceerde boekjes en tijdschriften van zeer beperkte oplage en dus beperkte reikwijdte verschenen, woekeren tegenwoordig ongefundeerde beweringen weelderig op sociale media.
Als tegenreactie verschijnen geregeld nieuwsartikelen, interviews en boeken van “complot-experts” die complottheorieën trachten te ontzenuwen en proberen te verklaren hoe het kan dat mensen erin geloven. Maar in de haast om het op te nemen tegen de meest bizarre en waanzinnige theorieën, schieten de “experts” te ver door. De woorden “samenzwering”, “complot” en vooral “complottheorie” zijn nu namelijk synoniemen geworden voor misinformatie. Als iemand gelooft in een samenzwering, dan moet die persoon wel misleid zijn door onzin op het internet, geen kritisch denkvermogen bezitten en in het ergste geval zelfs een gevaar zijn voor de gehele samenleving. Wie immers in complotten gelooft, gelooft per definitie in iets dat onwaar is en die persoon verspreidt dan zelf ook weer onwaarheden, die het wantrouwen van de bevolking jegens overheidsinstanties en politici aanwakkert.
Complotten worden als het ware weg-gedefinieerd als iets dat simpelweg niet kan bestaan. Een interview van de NRC met “expert in complotdenken” Jan-Willem van Prooijen is hier een uitstekend voorbeeld van. Van Prooijen vertelt ons dat complotdenkers menen dat ze rationeel zijn, maar dat complotdenken eigenlijk voortkomt uit negatieve emoties, zoals angst en ontevredenheid (1). De complotdenker is dus emotioneel, niet rationeel. De complotdenker is bovendien narcistisch en schat zichzelf daarom als intelligenter in dan hij is. Kortweg, de complotdenker is goedgelovig. Door artikelen als deze, waarin een expert de tekortkomingen van complotdenken aankaart, ontstaat dus vanzelf het beeld dat alle complottheorieën onzin zijn en dat het geloven in een complot per definitie irrationeel is.
Complotten bestaan
Het grote probleem met complot-ontkenning is dat het onweerlegbaar is dat er samenzweringen bestaan. Een samenzwering of complot is immers per definitie niets meer dan een groep mensen die in het geheim iets ondernemen tegen andere personen. Zelfs een oppervlakkige blik in de geschiedenis laat zien dat ze veel voorkomen: De moord op Julius Caesar was een samenzwering, net als de moordaanslagen op Abraham Lincoln en op de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, Franz Ferdinand.
In de jaren vijftig tot en met de jaren zeventig voerde de Amerikaanse inlichtingendienst CIA de vreselijkste psychologische experimenten uit onder de codenaam MKULTRA. Mensen werden, vaak zonder hun kennis en instemming, gedrogeerd met chemische stoffen als LSD, onderworpen aan wrede psychologische onderzoeken en in feite gemarteld. We zullen nooit het hele verhaal van deze gruweldaden leren, aangezien toenmalig CIA-directeur Richard Helms in 1973 opdracht heeft gegeven om alle documenten betreffende MKULTRA te vernietigen. Alleen omdat duizenden documenten per abuis niet vernietigd werden, weten we enkele dingen met zekerheid over deze operatie.
Een ander voorbeeld vinden we in de jaren tachtig, toen hooggeplaatsten ambtenaren in de regering van president Ronald Reagan wapens verkochten aan Iran. Het geld dat deze wapenleveranties oplevereden, werd gebruikt om de extreemrechtse Contra’s in Nicaragua te steunen in hun bloederige strijd tegen de socialistische regering aldaar. Deze zogenaamde Iran-Contra affaire is nooit helemaal uitgezocht en slechts één van de betrokkenen heeft een gevangenisstraf uitgezeten.
Dichter bij huis ontdekken we dat de zo geprezen “soldaat van Oranje”, Erik Hazelhof Roelfzema, samen met onder anderen oud-premier Pieter Gerbrandy een staatsgreep beraamde (2). Volgens auteur Sytze van der Zee waren de “samenzweerders … ontevreden over de Overeenkomst van Linggadjati, waarmee de weg werd geëffend voor de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië”. Als onderdeel van de staatsgreep zou PvdA-voorzitter Koos Vorrink geliquideerd worden. Op het laatste moment lekte het plan uit en werd het niet uitgevoerd.
De geschiedenis leert ons dus dat complotten daadwerkelijk bestaan en dat ze met regelmaat plaatsvinden. Kortom, we moeten complotten serieus nemen. Maar om dat te kunnen doen, hebben we een passend begrippenkader nodig. Het huidige denken over complotten staat namelijk enkel toe ze af te doen als per definitie onwaar en zelfs waanzinnig. Gelukkig is al werk verricht dat ons op het juiste pad kan brengen richting een conceptueel kader om complotten beter te kunnen doorgronden.
Deep politics als conceptueel kader
De academicus en voormalig Canadees diplomaat Peter Dale Scott heeft zich in meerdere werken over de vraag gebogen over hoe we complotten moeten begrijpen. In zijn belangrijkste werk Deep Politics and the Death of JFK uit 1993 doet Scott zijn conceptueel kader uit de doeken. Scotts werk draait om het begrip van deep politics. Scott definieert deep politics als die praktijken en regelingen binnen de politieke orde die gewoonlijk onderdrukt in plaats van erkend worden (3). Het gaat bij deep politics dan ook om de relaties tussen overheden, inlichtingendiensten, krijgsmachten en georganiseerde misdaad. Deze relaties worden over het algemeen onderdrukt; ze worden niet erkend als deel van politieke procedures en worden in het collectieve bewustzijn nauwelijks onderkend. Maar hoewel deep political relaties inderdaad buiten de officieel erkende politieke procedures vallen, zijn ze niet minder belangrijk voor het opereren van de politieke orde.
Vervolgens is het belangrijk op te merken dat een deep political analysis deze connecties tussen de bovenwereld van overheden en onderwereld niet als incidenteel moet beschouwen, maar juist als structureel. We kunnen dus de definitie van deep politics uitbreiden als de onderdrukte en structurele praktijken in de politieke orde.
Het structurele karakter van deep politics wordt zelden erkend. Als schandalen zoals ik hierboven kort heb geschetst (MKULTRA, Iran-Contra en dergelijke) al onderzocht worden, is dit veelal met de aanname dat het niets meer zijn dan incidentele afwijkingen van de gewone en goede politieke orde: er zijn een paar rotte appels die het eerlijke en juiste systeem corrumperen. Zo staat er in het eindverslag van de commissie die de Iran-Contra-affaire moest onderzoeken dat er nu eenmaal fouten gemaakt worden, maar dat er in feite geen structurele problemen aan het schandaal ten grondslag lagen (4). Zo wordt deep politics beschouwd als iets dat van buiten de gewone politieke orde komt. Maar als we deep politics als extern aan de politieke machinaties blijven beschouwen, zullen we nooit een helder begrip krijgen van deze cruciale gebeurtenissen. We zullen dan nooit begrijpen wat hun diepere oorzaken zijn.
Vervolgens maakt Scott een onderscheid tussen deep politics en traditioneel complotdenken. In het traditionele complotdenken zien we meestal één sterk machtscentrum van waaruit alle samenzweringen ontspringen. Zo krijgt een enkele groep de schuld van het samenzweren: de joden, de vrijmetselaars of de reptielbuitenaardsen zouden wereldgebeurtenissen zoals de covid-pandemie of de terreuraanslagen in New York beramen om de wereld naar hun hand zetten. In dit beeld is er dus een enkel punt waarin de macht ligt, die niet tegengewerkt wordt door andere machten en daarom zijn gang kan gaan.
De werkelijkheid is echter ingewikkelder. Deep politics gaat daarom uit van “een open systeem met divergente machtscentra en doelen” (5). Dat wil zeggen dat we complotten niet simpelweg moeten begrijpen zoals het traditionele complotdenken dat doet, namelijk als een plan dat door één geheime organisatie uitgevoerd wordt. Daarentegen zijn er veel partijen betrokken, ieder met andere beweegredenen en belangen. Daarom noem ik het een netwerk zonder centrum. Er is niet één punt waar alle draden samenkomen, maar vele punten die door vele connecties verbonden worden. Er is niet één meesterplan, maar vele plannen en tegenstrijdige belangen. Er bestaat tenslotte niet één almachtige organisatie die alles naar haar hand zet, maar vele partijen, die elkaar soms helpen, soms in de weg zitten.
Conclusie
Samenvattend, hoewel complotten afgedaan worden als onzin en complotdenken als waanzin, kunnen we niet om het simpele feit heen dat samenzweringen bestaan en een structureel karakter hebben. We moeten complotten daarom niet wegwuiven. Scotts ideeën over deep politics biedt ons een conceptueel kader om de oorzaken van grote complotten te kunnen doorgronden.
In het volgende deel zal ik ter illustratie van deep politics stilstaan bij het werk van de Amerikaanse kunstenaar Mark Lombardi. Op dit werk kan namelijk een deep political analysis toegepast worden. Bovendien geeft Lombardi’s kunst een visualisatie van deep political structuren, die Scotts concepten inzichtelijker zullen maken.
-Jonas Müller
bronnen / verder lezen
- Heck, Wilmer. 2023. Hoogleraar radicalisering: ‘Complotdenkers zijn niet kritisch, maar juist goedgelovig’. https://www.nrc.nl/nieuws/2023/02/20/hoogleraar-radicalisering-complotdenkers-zijn-niet-kritisch-maar-juist-goedgelovig-a4157632. Geraadpleegd op 01-02-2026.
- NOS. 2015. ‘Soldaat van Oranje plande staatsgreep’. https://nos.nl/artikel/2070032-soldaat-van-oranje-plande-staatsgreep. Geraadpleegd op 01-02-2026. Zie ook Van der Zee, Sytze. Harer Majesteits loyaalste onderdaan. François van ’t Sant 1883-1966. Amsterdam, De Bezige Bij.
- Scott, Peter Dale. 1993. Deep Politics and the Death of JFK. Berkeley en Los Angeles, University of California Press, xi.
- Tower, John, Edmund Muskie en Brent Scowcroft. 1987. The Tower Commission Report. The Full Tekst of the President’s Special Review Board. Ingeleid door R. W. Apple Jr. Toronto en New York, Bantam Books en Times Books, 4.
- Scott, 1993, xi.
